Pijn is tijdelijk, opgeven is voor eeuwig

Het is zondag, de dag van de grote ritten! Gisteren dacht ik toen ik het zo koud had dat ik vandaag niet eens op zou kunnen staan, laat staan fietsen. Het valt echter enorm mee. Ik heb nergens last van. Er zijn eitjes van Ton, met alles er op en er aan en terwijl iedereen nog even de slaap uit de ogen veegt, worden de routes voor de laatste keer nagelopen.
Er zal vandaag gereden worden in twee gezelschappen. Het raceteam bestaat uit Michiel de Haas (name says it all!), Gerard van Oerle, Guillaume Ernst, Marianne van Oerle, Basjan Schouwenaars, René Koolen en Cees Jochems. Zij gaan vandaag voor de 150-180 km op de fiets en 4500 hoogtemeters. Er zullen een aantal ‘ballonnen’ bestegen gaan worden. Harm en Willem vormen de bezemwagen en aanmoediging van deze groep en Paul van Rooijen & Willem van Ginneken begeleiden hen op de motor. Rond kwart voor 9 zwaaien we ze uit en het ziet er behoorlijk professioneel uit zo met zijn allen 🙂 Iedereen fanatiek op de fiets met goede moed voor de tocht die geheid zwaar zal gaan worden.

Het recreatieve team, dat bestaat uit Hans de Krijger, Louis Blankers, Joost van der Wall, Peter Nooijens, Peter Damen en ikzelf, ontbijt zelf ook en met volle maagjes beginnen wij ook aan onze eerste beklimming. Strava gaat aan om de route en wat fijne statistiekjes voor ons bij te houden en gáán! Wiel Keijzers begeleid ons op de motor en Ed & Bas met de bezemwagen. We starten bergop en omdat iedereen dat op zijn eigen snelheid moet doen, rijden we al snel als individuen omhoog. Het duurt even voordat mijn beentjes warm zijn en ik een lekker ritme vind om omhoog te rijden. Mijn ervaring met een racefiets bestaat immers uit 1 dag van 70 km fietsen in de regen (gisteren), dus in hoeverre kun je dan spreken over een ‘lekker ritme’. Desondanks kom ik met het middenblad van mijn versnellingen (wist niet dat er nog meer waren want ik mocht niet aan de linkse zitten 😉 ) de berg op en rijd ik zelfs voorop! Het verrast me hoe lekker dat gaat. Desondanks ben ik blij op het moment dat er na een stukje helling even een stukje rechte weg komt om even te herstellen. Mijn conditie doet het namelijk prima en m’n wilskracht hoef ik nog niet aan te spreken, maar ik heb wel ergens in het uur van 20 km omhoog klimmen wat hersteltijd nodig. En dan zie ik een bordje met ‘col’ staan! Joost trekt even bij me en we denken even dat we de goede col hebben en er zijn, maarja alles hier in de bergen is een ‘col’ en we zijn pas op krap 9 km, hahahah nog lang niet op de top. We hebben een snelle afdaling en weten dan even niet waar we zijn en dus stappen we even af op het laagste punt (hoe stom kun je zijn?!?) om op Hans te wachten om te kijken waar we heen moeten. Maar nadat we op dat lage punt zijn, moeten we vervolgens alleen maar omhoog, en niet een klein beetje omhoog maar echt flinke klimmen. Ik heb het idee dat ik ga als een slak en moet even moeite doen om mijn ademhaling onder controle te houden en te blijven trappen omhoog. Achter mij zie ik de heren er ook moeite mee hebben: het ligt dus niet alleen aan mij. Het blijft omhoog gaan en wij maar trappen, want tja we zijn nu toch bezig! Inmiddels kijk ik niet meer achterom, want dan ben ik even uit balans en ik wil natuurlijk niet vallen. Ik blijk een flinke voorsprong te hebben als ik even verder Wiel, Ed, Bas en zelfs Willem en Harm tref op een kruising waar zowel de racegroep als wij langs komen. Ze staan me super enthousiast aan te moedigen en dat is behoorlijk gaaf als je met al je energie probeert een berg op te fietsen!

image

Op dat moment hoop ik dat we het grootste stuk klimmen gehad te hebben. Ik blijk al een heel eind te zijn, zie de anderen niet meer achter me en bedenk me dat ik maar gewoon even door ga rijden tot het afgesproken punt na 25 km en daar op de rest te wachten. Er volgt nog een flinke klim en daarna een stuk met afdalen en stijgen dat elkaar afwisselt. Dat is prettig, omdat je dan steeds wat hersteltijd hebt en als je de spanning even van je spieren haalt, kun je even bijkomen. Om 11:09 kom ik aan bij de Col de Calvaire (1134 m), waar we ruim 700 meter voor geklommen hebben en de Col de la Schlucht, Col de la Collet al achter ons gelaten hebben (die eigenlijk nog een stukje hoger waren dan het lagere punt waar we even stoppen om op elkaar te wachten.

imageimageimage
Enkele minuutjes later komt Joost aan en een kwartiertje na ons ook Hans en Louis. Peter en Peter blijken na een beklimming verkeerd gereden te zijn en in een andere dorp een terras gepakt te hebben. Zij rijden dus een andere route verder.
We rusten wat, eten, drinken en zijn eigenlijk bijzonder fit voor de komende afdaling. Dit zou de sterkste beklimming moeten zijn, dus dat schept moed voor het komende stuk. We blijven met zijn 4 bij elkaar en gaan een stuk gemakkelijker naar beneden dan we geklommen zijn. Wiel geeft de route aan voor ons, maar in onze snelheid blijken we toch een kruising gemist te hebben en dus kiezen we ervoor om een kilometertje of 15 om te rijden om niet weer een heel stuk terug naar boven te hoeven. Het eerste stuk daarvan valt mee (naar beneden), maar dan mogen we toch weer een stukje naar boven richting Valtin en die ‘bonuskilometers’ vallen toch wel even zwaar. Aan het begin van de echte stijging naar de volgende col naar Xonrupt eten we nog een reep, wat drinkjes en fruitjes om energie op te doen. We bellen Wiel en de beklimming schijnt behoorlijk pittig te zijn. De jasjes gaan uit en klimmen maar! Het gaat verrassend goed, misschien omdat deze ‘heuvel’ minder zwaar lijkt dan de vorige. Een goede meevaller! We mogen zelfs nog een stukje dalen en even verderop staat Wiel alweer ons op te wachten die een verrassend slechte croque monsieur gegeten heeft bij een wegrestaurantje in het verder redelijk uitgestorven plaatsje. We stoppen maar even kort, want verderop schijnt een meer te zijn waaraan we zouden kunnen zitten: het Gerardmer (misschien vernoemt naar Gerard?). We worden best wel aangekeken door de al etende mensen op het terras (zijn we zo’n bijzondere verschijning?! 😉 ) en nemen plaats op een bankje aan het water.

imageimageimage

We genieten van het prachtige uitzicht en prijzen ons bijzonder gelukkig dat we hier mogen zijn en hoe goed we het er al vanaf gebracht hebben. We hebben ruim 67 km gereden en moeten nog 1 ‘colletje’/Col de Grosse Pierre; moet te doen zijn toch?! We zitten samen met Wiel lekker aan het meer te genieten met een ronde gekarameliseerde appel/appelmoestaart. Eigenlijk al wel behoorlijk trots op onze prestatie. We horen dat de andere groep op 100 km zit en nog 50 km gaat fietsen, nog compleet is en zijn echt behoorlijk trots dat we hier als Radius College toch maar mooi dit doen!
En dan is het toch tijd om de laatste col te gaan beklimmen, de sportdrankjes en repen zijn ver op en dus zal het op wilskracht worden dat we deze laatste gaan doen. “Maar hij valt vast mee in vergelijking met de eerste….” Uhuh.. Misschien wel, maar toen hadden we nog geen 67 km gereden! De Grosse Pierre blijkt een berg met stijgingen van soms 11% en eigenlijk gewoon continu omhoog. Geen hersteltijd, geen rechte stukjes, geen overzichtelijke stukken. Ik rijd voorop met Louis net achter me en bij elke bocht hopen we op een recht stukje of in ieder geval minder steil, maar achter elke haarspeld zit weer een steil stuk omhoog. Ik mis mijn hersteltijd, heb m’n laagste versnelling al bereikt, maar blijf toch maar rijden. Stoppen staat gelijk aan: niet meer in je ritme komen dus ik moet toch maar door. Mijn ademhaling probeer ik onder controle te houden terwijl ik met mijn schoenen de trappers elke keer weer omhoog en omlaag trek en druk. Ik motiveer mezelf door te denken aan het grote doel waar we naartoe werken en aan de personen in mijn leven die ook vreselijk veel pijn geleden hebben door de vreselijke ziekte kanker en ook niet konden kiezen of ze wel of niet door moesten gaan. En dan weet ik dat het in mijn hoofd zit of ik wel of niet boven kom. Niet je lichaam wat je zegt dat het pijn doet, moe is, niet meer wil of niet meer op die billen wil zitten. Maar je hoofd: Ik geef niet op, ik geef niet op, ik geef niet op. Ik zeg tegen mezelf dat ik dit ga halen en dat ik gewoon even wat door moet zetten. Pijn lijden is tijdelijk, opgeven is voor eeuwig. En dan, na wat wel een eeuwigheid lijkt te duren zien we een heuveltje waarachter we geen weg meer zien? Nu lijkt het natuurlijk in dit verhaaal alsof dit alles maar heeeel kort was, maar je snapt dat we bijna een oase zagen in de woestijn… “Zou ‘t?!” zegt Louis. “Denk je?!” zeg ik. Met wat hernieuwde energie blijkt inderdaad dat we aangekomen zijn gvop de Col de Grosse Pierre (955 m)! We schreeuwen het bijna uit van blijdschap, klikken uit en maken een foto bij het bordje; apetrots!!!! Joost en Hans komen ook aan en we rusten een minuutje of 10 uit.

 

image
Er moet nog 1 daling volgen naar La Bresse en dan richting camping. Ik merk dat ik blij ben van het eigenlijk nu wel behaalde doel als ik naar beneden rijd, of eigenlijk race. Maar er volgen best wat haarspeldjes. Ik ken mezelf en weet dat ik wat roekeloos en onbedachtzaam kan worden als ik moeheid combineer met een voldaan gevoel van ‘gehaald’ en besluit daarom extra voorzichtig te doen (en niet te hard), om te voorkomen dat ik misschien val in een bocht. Even later komen we in het dorp, zoeken even naar Joost die met een noodvaart naar beneden is gereden, blijkt vergeten te zijn te pinnen en we weer tegen komen op weg naar de camping. We rijden gezamenlijk binnen op de camping en worden ontvangen met een enorm enthousiast onthaal. Iedereen juicht, feliciteert elkaar, omhelst elkaar en roemt eenander met deze fantastische prestatie. Het raceteam is ook al even binnen en vertellen enthousiast over hun barre tocht en superknappe prestatie. Maar liefst 3700 hoogtemeters, 150 km hebben ze gemaakt in ruim 6 uur. Een ongekende prestatie voor allen die mee deden. Natuurlijk ging het niet van een lijen dakje allemaal, maar dan doorzetten en het afmaken! Waauw! 😀 Super knap en met recht kunnen zij zeggen dat ze het doel gehaald hebben voor het KWF, waar dit alles mee begon. Maar ook wij worden enorm geroemd met bijna 1800 hoogtemeters, 87 km en 4 uur effectief rijden. Maar liefst 3000 kcal, 1,5 daghoeveelheid hebben we verbruikt tijdens onze tocht en wat een adrenaline. Wát een prestatie! Ik ben  enorm trots op iedereen die gereden heeft, maar ook iedereen die geholpen heeft bij het bereiken van de top door te rijden, aan te moedigen, ons te verzorgen of op welke manier dan ook. Onvoorstelbaar dat we het echt gedaan hebben en wat heb ik mijn collega’s leuk en op een andere manier leren kennen. Het was het absoluut waard. Joost, Louis en Hans wil ik enorm bedanken voor de gezellige tocht die we samen gemaakt hebben. Heel erg leuk om jullie op deze manier te zien en bedankt voor alle positieve energie die jullie mee brachten om het samen tot een succes te maken. Heb ik enorm van genoten.
En dan volgt alleen nog de vermoeidheid. Ik geniet van een heerlijke voetmassage door Ed en heb gelukkig helemaal geen last van mijn spieren (alleen m’n billetjes van het zitten), alleen dodelijk vermoeid. Het duurt nog wel een paar uurtjes voor ik dat aan mezelf toe geef, maar het is tijd om lekker te gaan slapen. Deze dag was inspannend genoeg. Ik heb mezelf overtroffen, had niet verwacht dat het zó goed zou gaan! Met recht hebben we bijna 6000 euro opgehaald voor het KWF met deze top-prestatie. Wauw wauw wauw! Ontzettend goed gedaan allemaal!!!!

Share

2 gedachten over “Pijn is tijdelijk, opgeven is voor eeuwig

  1. Spanning, inspanning, je grenzen opzoeken! Snelheid, en de traagheid van een zwaar belaste slak ervaren! De elementen trotseren, en volledig gaan voor het gestelde doel! Opgeven is geen optie! Super trots op mijn nichtje, die ook deze zware klus, met een goed gemoed, een positieve draai geeft! ?????

  2. Nou Ine,je hebt het helemaal zelf voor elkaar gebokst om Deze prestatie voor het Goede doel
    tot een goed Eind te brengen,.petje af voor jou

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *