Heilige plekjes [Yogyakarta]; Dag 6, 7, 8

Wederom hebben we vandaag een mooie treinreis voor de boeg langs rijstvelden, de Merapi-vulkaan en tabaksplantages. Genietend van het uitzicht, ‘Street Spirit’ van Radiohead op de achtergrond kan ik me wel weer wat uurtjes vermaken. Na enkele voorbijgevlogen dagen in Yokyakarta reizen we vandaag in 8 uur tijd naar Malang. Vandaag wordt een erg lange dag, want komende nacht gaan we naar de Bromo vulkaan bij zonsopkomst. En om daar op tijd te zijn, vertrekken we om 0:00 vannacht die kant op. Geen slaap voor ons vannacht dus en morgenochtend zal het dan ook wel weer even opnieuw aanpassen zijn aan de ‘opgewekte’ jetlag. Terug naar Yokyakarta waar we 3 dagen geleden aankwamen:

Na een prima hobbelige reis met prachtige schilderachtige uitzichten komen we aan in Yokyakarta. Als we net uitgestapt zijn horen we een ambulance-achtig geluid, wat de spoorbomen blijken te zijn die handmatig over een rails geduwd worden, waarna de trein passeert. Hier in Indonesië is overal werk voor en de man ontvangt een fooi van een voorbijrijdende man. Lopend naar de bus vraag ik Nugi waarom hij reisleider is geworden en hij vertelt ons dat hij vroeger vlakbij een hotel woonde. De (vaak Nederlandse) gasten hoorde hij steeds Nederlands spreken en hij liep dan achter de groep aan om woordjes Nederlands te horen. En toen bedacht hij: later wil ik Nederlandse toergids worden. Zo geschiedde en zijn passie is werkelijkheid geworden. Na enkele jaren voor het Schone Streven (waar opa en oma ook mee gereisd zijn) gewerkt te hebben werkt hij nu 3 jaar voor Kras/TUI, waarbij hij steeds grotere groepen mag begeleiden. Hij lijkt zich ook als een vis in het water te voelen als tourleider en regelt alles voor onze (overigens behoorlijk grote) groep van 35 mensen echt helemaal top. Hij lacht veel en geeft ons een fijn gevoel. Zelf woont hij in Surabaya op Oost-Java en is moslim. Hij zegt er wel bij dat hij van het ‘laagste niveau’ is, wat wil zeggen dat hij niet heel streng gelovig is, maar wel de God in zijn hart bij zich draagt; wat het allerbelangrijkst is.

In de bus vertelt hij over verschillende niveaus van taal op Java. Lage taal spreek je tegen dichtbije familie, ouders tegen kinderen. Andersom dienen kinderen wel respect op te brengen naar hun ouders en dus spreken zij met de middelste taal, zowel kinderen naar volwassenen als volwassenen naar hun ouders. Je zegt hetzelfde, maar op een nettere manier met andere woorden. Dit uit zich ook non-verbaal door alleen de rechterhand te gebruiken om te wijzen. Naar de Sultan (de gouverneur van Yogyakarta) praat je op het hoogste niveau, omdat hij zogezegd hoger staat dan de mensen. Wijzen doe je ook niet met je vinger, maar met je rechterduim. Daarnaast buig je je schouders om respect te tonen. Bescheidenheid is ook hier in Indonesië een belangrijke basis zien we overal aan de zorgzame lieve mensen die er voor anderen nog meer zijn dan voor zichzelf.

In de avond eten Bas en ik met zijn tweetjes als mama, Carmen en Arie naar de Ramayana-dans zijn. We houden niet zo van dans en hebben dit in andere landen al gezien en even tijd voor ons tweeën is ook wel fijn! 😊 Bas bestelt pittig eten en ik juist niet, maar ergens ging er (denken we) iets mis in de keuken, want ik krijg compleet pittige ribjes inclusief flink bakje om nog wat extra toe te voegen, terwijl Bas’ eten juist mild is. Heb ik weer 😉En dus zit ik weer te zweten en te puffen om de pittigheid te laten verdwijnen. Desondanks smaakt het eten tussen de pittigheid door best prima, maar ja als je het steeds moet blussen is dat best lastig 😉 Het doet me denken aan Thailand vorig jaar waar ik een soortgelijke ervaring had en bijna verbrandde van binnen 😉.

De volgende ochtend reizen we naar een batikfabriek, waar we uitleg krijgen over het batikproces. Hier gebeurt dit niet door touwtjes te knopen om hetgeen je niet wilt verven (zoals we op scouting deden), maar door eerst een tekening te maken op het doek. Vervolgens wordt een soort pijpje met een dun koperen slangetje aan de onderkant gevuld met warme bijenwas en dit wordt boven het doek gehouden op de plaats waar bijenwas aangebracht moet worden. Het wordt aangebracht op de delen die niet geverfd moeten worden in een bepaalde kleur. Hierna gaat het doek in een verfbad van de betreffende kleur. Vervolgens laat men dit drogen gedurende een dag en vervolgens herhaalt hetzelfde proces zich, maar dan op de delen waar een andere kleur moet komen. Ook de al eerder gekleurde lagen worden bedekt met bijenwas, om te voorkomen dat de al aangebrachte kleur verandert. Zo gaat dit met alle kleuren en als er dus 12 kleuren in een schilderij zitten, betekent dit dus een proces van minimaal 12 dagen om alle kleuren aan te brengen. Het is een intensief proces waar veel precisie voor vereist is en mijn respect gaat dan ook uit naar de dames die actief geconcentreerd bezig zijn met de bijenwas. In de galerij kopen we een doek waar we een goed gevoel bij hebben, net als mama, Arie en Carmen. We realiseren ons dat we al heel wat souvenirs hebben om mee te nemen, maar ja: het is dan ook echt een prachtig land en we willen de sfeer toch graag een klein beetje meenemen naar huis.

We gaan verder met de Becak, een soort van fiets met een zitje aan de voorkant, waar je kunt zitten. De bestuurder zit achterop en heeft een stel trappers of motor, waarmee de Becak vooruit komt. Het stuur zit aan de bovenkant van het zitje en bestaat uit twee kleine stangetjes die het voorwiel besturen. Ieder heeft een eigen Becak en we krijgen netjes een mondkapje voor de uitlaatgassen, wat bij mij zo weer af gaat omdat ik er niet zoveel last van heb. We maken een stadstour door Yokyakarta wat écht genieten is! We komen langs locale mensen in kleine straatjes die lief zwaaien en zien het dagelijks leven hier. De fietsers houden de motorfietsen met gemak bij en het is dan ook aan de kuiten van de eersten te zien dat zij dagelijks fietsen. Het is een fantastische ervaring, waarbij we ook het verkeer van Yogya (ik mag Yogya zeggen😉 ) mee krijgen. Hoewel we in sommige landen veelal auto’s en busjes zagen, is het hier in Indonesië overbevolkt met brommertjes, iedereen heeft wel een brommertje en kriskras rijden ze door het verkeer heen. Het heeft zo zijn charme 😉 Na de Becak-tour bezoeken we het paleis van Sultan Henk (ja hij het echt Henk haha), die zogezegd de belangrijkste man van Yogyakarta is. Terwijl overal op Java democratisch een gouverneur gekozen wordt, is hier nog spraken van een familie-dynastie. Men is overigens wel blij met deze sultan, die de Sultan van het volk wordt genoemd. Onze lokale gids Ami vertelt dat sinds de tijd van deze Sultan vrouwen ook ‘nee’ mogen zeggen, wat tot dan toe echt niet mocht. Er is meer gelijkheid gekomen tussen mannen en vrouwen. Ze glimt een beetje als ze het vertelt; het is een grote vooruitgang voor hier. De vader van de Sultan onderhield warme banden met Nederland en ons koningshuis, waardoor nog veel Nederlandse dingen in het museum te vinden zijn. De huidige Sultan heeft 1 vrouw, maar 5 dochters, wat uiteindelijk voor een uitdaging gaat zorgen bij zijn opvolging. Want wordt het een Sultana? Of gaat zijn broer (de vorige Sultan had 21 vrouwen en 78 kinderen) verder in de troonsopvolging? Een raadsel waar ze in Indonesië nog niet uit zijn.

In de middag bezoeken we het Hindoeïstisch tempelcomplex ‘Prambanan’, dat speciaal gebouwd is voor God Shiva (herinnert u zich deze nog? Destroyer; uit het hindoeïstisch geloof (zie Blogs India voor meer informatie 😊). De drie tempels, waarvan de middelst het grootst is en voor Shiva (omdat hiervan inscripties gevonden zijn), zijn voor Brahma, Shiva en Vishnu; de drie belangrijkste hindoeïstische goden die de cirkel van het leven aanduiden. Het doet ons een beetje denken aan een combinatie van Angkor Wat (Cambodja) en Khajuraho (Erotische tempels, India). Prachtige beelden van onder andere Ganesha zijn bewaard gebleven in de tempel, maar veel is al enkele keren herbouwd door de vele vulkaanuitbarstingen en opvolgende aardbevingen. Daarom is de fundering nu met beton gebouwd. Sinds 3 jaar is de grootste middelste tempel weer te bezichtigen na10 jaar herbouwen van (een deel van) deze tempels; steen voor steen. Het is een prachtig complex, waar we eigenlijk te weinig tijd hebben om te genieten van dit wonder. We doen even een geocache in de buurt (toevallig en leuk!) die we vinden en loggen voordat we weer terug gaan naar het hotel.

In de bus praten we met wat medereizigers, die overigens erg gezellig zijn. En we realiseren ons dat er meerdere mensen met een bijzondere reden naar Indonesië zijn gekomen. Met ons reist een Indische opa met zijn twee kleinkinderen die geboren is op Java, maar na 9 maanden naar Nederland is verhuisd. De moeder van de man die bij een ander gezin hoort dat mee is op deze reis is opgegroeid in Indonesië en heeft in een Jappenkamp gezeten. Na de oorlog zijn zij getraumatiseerd terug naar Nederland gegaan en ze zijn nooit meer terug geweest. Er wordt weinig over die tijd gesproken. Iedereen heeft zo zijn eigen redenen om hier te komen, maar wat bijzonder dat dat toch allemaal samenkomt.

De volgende ochtend kunnen we ‘uitslapen’, wat betekent dat de wekker pas om 07:30 gaat haha. Om 09:00 vertrekken we richting het boeddhistische tempelcomplex ‘Borobodur’, dat lange tijd tot de wereldwonderen heeft gehoord. Het mandala-vormige heiligdom heeft verschillende verdiepingen die als ‘benen’, ‘romp’ en ‘hoofd’ (vormeloos zoals de hemel) wordt bestempeld. We krijgen uitleg over de beelden die de muur vormen en onze gids vertelt over de fundering die in het verleden beschadigd raakte door het vele water dat door de (enkel opgestapelde) stenen liep en hierdoor de zachte fundering aantastte. Hierdoor is het nu met cement aan elkaar gehecht aan de onderkant van de tempel. Op het bijna hoogste niveau staan boeddhistische stupa’s met een boeddha aan de binnenkant van elke stupa. Het is een prachtig zicht en ik geniet door even lekker te gaan zitten en te genieten van het gevoel dat dit complex me geeft. In de tijd dat Borobudur, maar ook Prambanan ontdekt werden zijn er veel stenen gestolen voor bijvoorbeeld eigen huizen, maar ook ter decoratie, waardoor de tempels niet helemaal meer intact zijn en er ook delen met nieuwe steen verwerkt zijn. Deze mogen echter niet bewerkt worden naar oorspronkelijke tekeningen en dus zijn deze rechthoekig afgewerkt. De verhouding met dit soort stenen is altijd minder dan 25% om het geheel intact te laten.

Beide tempelcomplexen zijn al verschillende keren verwoest door de belangrijkste vulkaan in de buurt (+- 30 km); de Merapi. Binnen een straal van 5km van de vulkaan mogen daarom eigenlijk geen mensen wonen, maar gezien de band die de mensen met de Merapi hebben willen ze toch vlakbij wonen. Daarnaast zorgt de as van de vulkaan in eerste instantie voor veel problemen, maar later maakt het de grond juist veel vruchtbaarder, wat wonen in de buurt extra aantrekkelijk woont. Met de aardbevingen zijn veel tempels verloren gegaan en het opbouwen van de tempels kost natuurlijk veel geld, maar veel geld is er niet en dus gaat het langzaam. Ook ingezameld geld in Nederland blijft, begrijpen we van de lokale gids, vaak hangen in de hoofdstad en komt niet op de plaatsen waar de mensen geholpen moeten worden of de tempels herbouwd. Beter kun je dus geld geven aan een lokale organisatie als je ergens wilt helpen.

Na een intensieve dag rijden we terug naar ons luxe hotel in Yogyakarta en horen we ineens een politiesirene die graag de drukke straat wil passeren waarin wij rijden. Een pickuptruck rijdt met veel geluid voorbij en uiteraard kijk ik naar links om te zien waar het geluid vandaan komt. Achterin de truck liggen 2 mensen, en pas iets later dringt tot mij, en meer mensen in de groep, door dat het twee dode mensen zijn, te zien aan de manier waarop ze liggen, het bloed over hen verspreid ligt. Er gaat even een klein schrikgeluid door de bus. Ook dat is hoe het hier gaat, geen lijkzak; gewoon achterin de pickup worden deze mensen weggebracht. Een ongeluk met de citybike zegt Nugi ons, zelf ook enigszins geschrokken. Het beeld staat op mijn netvlies gegraveerd, heeft best indruk gemaakt om dit zo onverwachts voorbij te zien komen. Tegelijkertijd is het natuurlijk gewoon heel praktisch bekeken. Ze moeten van A naar B en mensen gaan elke dag dood. Het geeft de eindigheid van het leven aan en daarmee laat ik het dan ook los.

Bij terugkomst in het hotel zwemmen we even, rusten even uit en genieten enorm van een restaurant in de buurt: ‘Sasanti’, met gezellige sfeer en fijne bediening. Op tijd naar bed, want vanmorgen weer een dagje met de trein. Tijd om dit blogje af te gaan ronden, want het uitzicht is zo mogelijk nog mooier dan deze iPad en dat wil ik even niet missen. Dus muziekje op, lekker naar buiten kijken en alvast vooruitkijken naar vanavond: Bromo vulkaan; dat gaat geheid ook een bijzonder avontuur worden. Dat in de volgende blog! Terima Kassih voor het lezen (dankjewel in Indonesisch) en tot blogs!

Share

2 gedachten over “Heilige plekjes [Yogyakarta]; Dag 6, 7, 8

  1. Hoi Ine ende anderen,

    Je blog is weer plco Bello wij hebben er weer erg van genoten.
    Ook de uitleg was weer prima.
    Wij wachtten op de volgende.
    Groetjes van oma en opa.

  2. Wat is het weer genieten van je blog, volgens mij is het weer een bijzondere ervaring. De foto’s zijn weer geweldig, vooral de sfeerfoto’s en die mooie kleuren…. Zal nog moeilijk worden om foto’s te kiezen voor het fotoboek. Voor ons is het hier in het warme Nederland ook genieten van jullie ervaringen.
    Groetjes aan iedereen. Liefs, Simone 😘
    P.s. een knuffel van Olly, Ruud gaat elke dag eventjes kijken. En ze racet af en toe in haar bol door de kamer😀

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *